

Allah
de verhevene
Engelen
Imran
Meryem (Maria)
Iblis (Satan)
Christenen
Joden
Quran
Profeten
Adam a.s. (Adam)
Idris a.s.
Noeh a.s. (Noah)
Hoed a.s.
Salih a.s.
Ibrahim a.s.(Abraham)
Loeth a.s. (Lot)
Ismail a.s. (Ismael)
Ishaq a.s. (Isaak)
Ya`qoeb a.s. (Jakob)
Yoesoef a.s. (Jozef)
Ayyoeb a.s. (Job)
Suayb a.s.
Musa a.s. (Mozes)
Oezeyr a.s.
Zoelqarnain a.s.
Haroen a.s. (Aron)
Dawud a.s. (David)
Soelaiman a.s. (Salomon)
Ilyas a.s.
Elyesa a.s.
Zoelkifl a.s.
Yoenoes a.s. (Jonah)
Loqman a.s.
Zakariyya a.s. (Zacharias)
Yahya a.s. (Johannes)
`Isa a.s. (Jezus)
Muhammed s.a.w.s.
Yoesoef
a.s.
Het verhaal van Yoesoef a.s., de droom,
< En (gedenkt) toen Yoesoef tot zijn vader zei < O mijn vader, voorwaar,
ik zag (in een droom) elk sterren in de zon en de maan, ik zag dat zij zich
voor mij bogen. > Hij zei < O mijn zoon, vertel jouw droom niet aan
jouw broeders, anders zullen zij tegen jou een plan beramen. Voorwaar, de
Satan is voor de mens een duidelijke vijand. > Zo verkiest jouw Heer jou
en onderwijst Hij jou de uitleg van de vertellingen (dromen). En Hij vervolmaakt
Zijn genieting aan jou en aan de familie van Yaqoeb, zoals Hij die daarvoor
heeft vervolmaakt aan jouw vaderen, Ibrahim en Ishaq. Voorwaar, jou Heer is
Alwetend, Alwijs.
Het verhaal van Yoesoef a.s., de jaloerze broers,
Voorzeker, in (de geschiedenis van) Yoesoef en zijn broeders waren tekenen
voor hen die vragen stelden. Toen zij zeiden < Yoesoef en zijn broeder
zijn zeker geliefde bij onze vader dan wij, terwijl wij een hechte groep zijn,
Voorwaar, onze vaderen verkeert zeker in duidelijke dwaling. Door Yoesoef
of zet hem het land uit, zodat het gezicht van jullie vaderen alleen voor
jullie zal zijn en daarna worden jullie een rechtschapen volk. > Eén
van hen zei < Doodt Yoesoef niet, maar werpt hem op de bodem van de put,
opdat enkele reizigers hem zullen vinden, als jullie iets willen ondernemen.
> zij zeiden < O onze vader, waarom vertrouwt u Yoesoef niet aan ons
toe? En voorwaar, wij zijn hem zeker welgezind. Laat hem morgen met ons mee
gaan zodat hij overvloedig zal eten en spelen. En voorwaar, wij zullen zeker
wakers over hem zijn. > Hij (Yaqoeb) zei < Voorwaar, het verdriet mij
dat jullie hem meenemen en ik vrees dat de wolf hem zal verslinden, terwijl
jullie niet op hem letten. > Zij zeiden < Als de wolf hem verslindt,
terwijl wij met een hechte groep zijn, dan zullen wij zeker de verliezers
zijn. > Toen zij met hem weggingen en overeenkwamen om hem op de bodem
van de put te werpen openbaarden Wij aan hem < Jij zal hen zeker inlichten
over die zaak van hun, terwijl zij het niet beseffen. > En zij gingen in
de avond huilend naar hun vader. Zij zeiden < O onze vader, voorwaar, wij
gingen weg om een wedloop te houden en lieten Yoesoef achter bij onze goederen.
Toen heeft de wolf hem verslonden, maar u zult ons niet geloven, ook al spreken
wij de waarheid. > En zij kwamen met zijn hemd, met vals bloed (daarop).
Hij zei < Maar jullie hebben voor jezelf iets moois verzonnen. Daarom is
geduld het best. En Allah is het Die om hulp wordt gevraagd bij wat jullie
beschrijven. >
Het verhaal van Yoesoef a.s., Yoesoef
a.s. als koopwaar, En er kwam een groep reizigers, en zij stuurden
hun waterdrager, en hij liet zijn waterzak neer. Hij zei < O goed nieuws!
Dit is een jongen > En zij verborgen hem als koopwaar. En Allah is Alwetend
over wat zij doen. En zij verkochten hem voor een geringe prijs, een paar
dilham, en zij waren voor hem onverschilligen. En degene uit Egypte die hem
had gekocht, zei tot zijn vrouw < Geef hem een eervol verblijf, misschien
zal hij ons voordeel brengen, of zullen wij hem als een zoon aannemen. >
Zo verstevigden Wij de positie van Yoesoef op aarde, opdat Wij hem de uitleg
van de vertellingen (dromen) zouden onderwijzen. En Allah is de Beheerser
van Zijn zaken, maar de meest mensen weten (het) niet. En toen hij (Yoesoef)
zijn volle kracht had bereikt, gaven Wij hem wijsheid en kennis. En zo belonen
Wij de weldoeners.
Het verhaal van Yoesoef a.s., de overspel beproeving,
En zij in wier huis hij verbleeft, probeerde hem te verleiden, tegen zijn
wil en zij sloot de deuren en zij zei < kom hier. > Hij zei < (Ik
zoek mijn) toevlucht bij Allah. Voorwaar, Hij is mijn Heer, (Hij geeft mij)
mijn beste plaats. Voorwaar, de onrechtplegers zullen niet slagen.. > En
voorzeker, zij begeerde hem, Als hij geen Teken van zijn Heer had gezien,
zou hij haar hebben begeerd. Zo was het, opdat Wij het kwaad en de zedeloosheid
zouden afwenden. En voorwaar, hij is één van Onze oprechte dienaren.
En beide renden naar de deur en zij scheurde zijn hemd aan de achterkant en
zij troffen haar man aan bij de deur Zij zei < Is er een vergelding voor
hem die jouw familie kwaad wil doen, ander dan gevangenzetting, of een pijnlijke
bestraffing? > Hij (Yoesoef) zei < Zij verleidde mij tegen mijn wil,
> en een getuige van haar familie getuigde < Als zijn hemd aan de voorkant
is gescheurd, dan heeft zij gelijk en behoort hij tot de leugenaars. Maar
is zijn hemd aan de achterkant is gescheurd, dan heeft zij gelogen en behoort
hij tot de waarachtigen. > En toen hij (de getuige) zag dat zijn hemd aan
de achterkant was gescheurd, zei hij < Voorwaar, het was één
van jullie listen. Voorwaar, jullie listen zijn enorm. > Yoesoef, wend
je hier van af. En jij (O vrouw) vraag om vergeving voor jouw zonde. Voorwaar,
jij behoort tot de zondaren. En enkele vrouwen in de stad zeiden < De vrouw
van Al`Aziz verleidt haar slaaf tegen zijn wil, hij heeft haar hevig verliefd
gemaakt. En voorwaar, wij zien haar in duidelijke dwaling verkeren. > Toen
zij hoorde over hun kwaadsprekerij, liet zij hen komen en zij zette voor hen
kussens gered en zij voorzag ieder van hen van een mes. Zij zei < Komt
tevoorschijn voor hen. > En toen zij hem zagen waren zij van hem onder
de indruk en verwondden zij hun handen en zij zeiden < Heilig is Allah,
dit is geen mens, dit is niet dan een nobele Engel! > Zij zei < Dit
is degene vanwege wie jullie mij verwijten. En voorzeker, ik heb geprobeerd
hem te verleiden tegen zijn wil, waarop hij weigerde. Maar als hij niet doet
wat ik hem beveel, dan zal hij zeker gevangen gezet worden en zal hij zeker
tot de vernederden behoren. > Hij zei < Mijn Heer, de gevangenschap
is mij liever dan wat waar zij mij toe uitnodigt, en als U hun list niet van
mij afwendt, zal ik tot hen neigen, en zal ik tot de onwetende behoren. >
Toen verhoorde zijn Heer hem en wendde hen list van hem af. Voorwaar, hij
is de Alhorende, de Alwetende. Vervolgens leek het hen, nadat zij de bewijze
hadden gezien (een goed plan) om hem voor een tijd gevangen te zetten.
Het verhaal van Yoesoef a.s., de
gevangenschap, En met hem kwamen twee jonge mannen in de gevangenis.
Eén van hen zei < voorwaar, ik zag dat ik in een droom druiven perste.
> En de ander zei < Ik zag dat ik in een droom brood op mijn hoofd droeg,
waarvan de vogels aten. Vertel ons de uitleg ervan, wij beschouwen jou als
behorende tot de kenners van droomuitleg. > Hij zei < Er zal geen voedsel
tot jullie komen als levensvoorziening, of ik zal jullie vertellen over de
uitleg ervan, vóórdat het jullie bereikt. Dat is wat mijn Heer
mij heeft onderwezen. Voorwaar, ik heb de godsdienst verlaten van een volk
dat niet in Allah gelooft, en zij geloven niet in het Hiernamaals. En ik volgde
de godsdienst van mijn vaderen: Ibrahim, Ishaq en Yaqoeb, het pas ons niet
om iets als deelgenoot aan Allah toe te kennen. Dat is één van
de gunsten van Allah aan ons en aan de mensen, maar de meeste mensen zijn
niet dankbaar. > (Yoesoef zei) < O mijn medegevangenen, zijn verschillende
herenbeter, of Allah, de Ene, de Overweldiger? Wat jullie naast Hem aanbidden
zijn slechts namen die jullie en jullie vaderen hebben gegeven. Allah heeft
hiervoor geen bewijs neergezonden. Het oordeel is slechts aan Allah. Hij beveelt
dat jullie niets aanbidden behalve Hem: dat is de ware godsdienst, maar de
meeste mensen weten het niet. O mijn medegevangenen, wat één
van jullie betreft; hij zal voor zijn heeft wijn inschenken. Wat de andere
betreft; hij zal gekruisigd worden en de vogels zullen van zijn hoofd eten.
De zaak waarover jullie vragen, is reeds besloten. > En hij zei tegen de
ander, van wie hij dacht dat hij gered zou worden < Noem mij tegenover
jou heer. > Maar de Satan maakte dat hij vergat zijn naam te noemen voor
zijn Heer, daarom verbleef hij een aantal jaren in de gevangenis.
Het verhaal van Yoesoef a.s., de
droom van de koning, En de koning zei < Ik zag (in een droom) zeven
vette koeien, die verslonden werden door zeven magere koeien, en zeven groene
korenaren en (zeven) andere verdorde. O jullie vooraanstaanden, legt mijn
droom uit, als jullie kenners van droomuitleg zijn. > Zij zeiden < Dit
is een verwarde mengeling van dromen, en wij zijn geen kenners van dromenuitleg.
> En degene die gered werd van hen, herinnerde het zich na een tijd, en
zei < Ik zal jullie de uitleg ervan vertellen, zendt mij daarom. > (Hij
zei) < O Yoesoef, de zeer waarachtige, leg ons uit over de zeven vette
koeien die verslonden werden door zeven magere koeien over de groene korenaren
en de andere (zeven) verdorde, opdat ik terug zal gaan naar de mensen. Hopelijk
zullen zij (het) weten. > Hij (Yoesoef) zei < Jullie zullen zeven jaren
zaaien zoals gewoonlijk, en wat jullie oogsten, laat het in haar aren, behalve
een klein gedeelte dat jullie eten. En daarna komen zeven moeilijke jaren
die alles verteren wat jullie ervoor opgeslagen hebben, behalve wat jullie
(veilig) bewaard hebben. Vervolgens komt daarna een jaar waarin de mensen
regen zullen krijgen en daarin zullen zij persen. > En hij (de koning)
zei < Brengt hem (Yoesoef) bij mij. > En toen de gezant bij hem kwam,
zei hij (Yoesoef < Ga terug naar jou Heer en vraag Hem hoe het is met de
vrouwen die hun handen verwondden. Voorwaar, mijn Heer weet van hun list.
> Hij (de koning) zei (tot de vrouwen) < Wat was er met jullie toen
jullie probeerden Yoesoef te verleiden, tegen zijn wil? > Zei zeiden <
Heilig is Allah, wij weten geen kwaad van hem. > Zij (de vrouw van Al`Aziz)
zei < Nu is de waarheid gebleken, ik probeerde hem tegen zijn wil te verleiden.
En voorwaar, hij behoort zeker tot de waarachtigen. > (Yoesoef zei) <
Dat is opdat hij (Al `Aziz) weet dat ik hem niet heb verraden tijdens zijn
afwezigheid. En voorwaar, Allah leidt de list van de verraders niet. Ik verklaar
dat ikzelf niet onschuldig ben. Voorwaar, de ziel spoort aan tot het kwade,
behalve bij wie door mijn Heer begenadigd is. Voorwaar mijn Heer is Vergevensgezind,
Meest Barmhartig. > En de koning zei < Brengt hem bij mij, ik zal hem
tot een vertrouweling voor mij zelf maken. En toen hij tot hem sprak, zei
hij < Voorwaar, vandaag ben jij aan onze zijde een geëerde en betrouwbare.
>
Het verhaal van Yoesoef a.s., de
machtige positie, Hij (Yoesoef) zei < Maak mij (beheerder) over
de schatten van het land. Voorwaar, ik ben een kundige beheerder. > En
zo gaven Wij Yoesoef een machtige positie in het land, hij vestigde zich daarin
zoals hij wilde. Wij geven onze Barmhartigheid aan wie wij willen, wij doen
de beloning van de weldoeners niet verloren gaan. En de beloning van het Hiernamaals
is zeker beter voor degenen die geloven en (Allah) vrezen. En de broeders
van Yoesoef kwamen en zij traden bij hem binnen. Toen herkende hij hen, terwijl
zij hem niet herkenden. En toen hij had voorzien van proviand, zei hij <
Brengt mij julie broeder van jullie vaders kant (Benjamin). Zien jullie niet
dat ik de volle maat geeft, en dat ik de beste van de gastheren ben? als jullie
hem niet bij mij brengen, krijgen jullie geen maat (graan) van mij meer en
benadert mij (dan) niet meer. > Zij zeiden < Wij zullen proberen om
zijn vader over te halen (om hem mee te laten komen). En voorwaar, wij zullen
het zeker doen. Hij (Yoesoef) zei tegen zijn gezel < Stop hun ruilmiddelen
in hun proviandzakken, zodat zij het kunnen ontdekken als zij terugkeren tot
hun familie. Hopelijk zullen zij terugkeren. > Toen zij bij hun vader terugkeerden,
zeiden zij < O onze vader, het graan wordt ons onthouden, laat onze broeder
met ons mee gaan, opdat wij graan krijgen. En voorwaar, wij zullen zeker over
hem waken. > Hij (Yaqoeb) zei < Ik zal hem niet aan jullie toevertrouwen,
zoals ik jullie eerder zijn broeder aan jullie toevertrouwde. Allah is de
beste Waker, en Hij is de Meest Barmhartige der Erbarmers. > Toen zij hun
proviandzak openmaakten, vonden zij hun ruilmiddelen, aan hen teruggegeven,
en zij zeiden < O onze vader, wat wensen wij nog meer > duit zijn onze
goederen die aan ons teruggegeven zijn, en wij kunnen onze familie voorzien
en over onze broeder waken, en wij kunnen een extra maat (graan) krijgen,
zoveel als een kameel kan dragen. Dat is een makkelijke maat. > Hij (Yaqoeb)
zei < Ik zal hem nooit met jullie mee laten gaan, vóórdat
jullie een belofte afleggen in de Naam van Allah: dat jullie hem zeker bij
mij terug zullen brengen, behalve als jullie omsingeld worden. > Toen zij
voor hem hun eden afgelegd hadden zei hij < Allah is getuige van wat wij
gezegd hebben. > Hij zei < O mijn zonen, ga niet door één
poort naar binnen, maar ga door verschillende poorten naar binnen. Ik kan
niets voor jullie doen tegen (de wil van ) Allah, het oordeel is slechts aan
Allah. Op Hem heb ik mijn vertrouwen gesteld. En laten zij die vertrouwen
hebben op hem hun vertrouwen stellen. > En toen zij binnen traden zoals
hun vader hun bevolen had, hielp dat niet tegen de beschikking van Allah.
Het was niet dan een wens van Yaqoeb waartoe hij besloten had. Voorwaar, hij
(Yaqoeb) is zeker de bezitter van kennis omdat Wij hem onderwezen hebben,
maar de meeste mensen weten (het) niet. > Toen zij bij Yoesoef binnenkwamen,
nam hij zijn broeder (Benjamin)met zich eer naar zijn plaats, en zei <
Voorwaar, ik ben jou broeder, treurt daarom niet over wat zij plachten te
doen. > Toen hij hen van proviand voorzien had, stopte hij de drinkbeker
in de proviandzak van zijn broeder. Toen riep een oproeper < O jullie van
de karavaan! Voorwaar, jullie zijn zeker dieven! > Zij zeiden, terwijl
zij op hen toekwamen < Wat missen jullie? > Zij zeiden Wij missen de
drinkbeker van de koning, en wie het terugbrengt zal een kameellading graan
doen toekomen, dat garandeer ik. > Zij (de broeders van Yoesoef) zeiden
< Wij zweren bij Allah dat jullie zeker weten dat wij niet gekomen zijn
om in het land verderf te zaaien en wij zijn ook geen dieven. > Zij zeiden
< Wat zal zijn vergelding zijn als jullie leugenaars zijn Zij zeiden <
Zijn bestraffing van degene bij wie de drinkbeker in zijn proviandzak gevonden
wordt is dat hij zelf (als een slaaf) vastgehouden zal worden. Zo bestraffen
wij de onrechtplegers. > Toen begon hij (Yoesoef)hun proviandzakken te
onderzoeken, vóór de proviandzak van zijn broeder, vervolgens
haalde hij haar (de drinkbeker) uit de proviandzak van zijn broeder (Benjamin).
Zo maakten Wij het plan voor Yoesoef. Het paste hem niet om zijn broeder te
bestraffen volgens de wet van de koning, behalve als Allah dat wilde. Wij
verhogen de rang van wie Wij willen. En boven iedere bezitter van kennis,
is er niemand met nog meer kennis. zij zeiden < Als hij steelt, voorzeker,
een broeder van hem heeft eerder gestolen. > Yoesoef had dit geheim gehouden
en niet aan hen verteld. Hij zei < Jullie hebben een slechtere plaats (bij
Allah) en Allah weet beter wat jullie beschrijven. > Zij zeiden < O
al`Aziz, voorwaar, hij heeft een zeer oude vader, neem daarom een van ons
in plaats van hem, Voorwaar, wij zien dat jij tot de weldoeners behoort. >
Hij (Yoesoef) zei < Ik zoek mijn toevlucht tot Allah, dat wij iemand zouden
vastnemen, behalve degene bij wie wij onze goederen aangetroffen hebben. Anders
zouden wij zeker tot de onrechtplegers behoren. > Toen zij wanhoopten aan
de beslissing van hem (Yoesoef), overleg in het geheim, zei de oudste van
hen < Weten jullie niet dat jullie vader een belofte van jullie heeft aanvaard
(in de Naam) van Allah? jullie waren eerder nalatig met Yoesoef. Daarom zal
ik het land nimmer verlaten totdat mijn vader mij toestemming geeft, of Allah
mij de beslissing geeft. En Hij is de Beste der Rechters. Keert terug naar
jullie vader, en zegt hem < O onze vader, voorwaar, uw zoon heeft gestolen
en wij kunnen alleen getuigen zijn van wat wij weten. En wij zijn geen waker
over het verborgene. En vraagt aan (de bewoners van) het land waar wij in
woonden, en (bij) de karavaan die wij erin ontmoetten. En voorwaar, wij zijn
zeker waarachtigen. > Hij (Yaqoeb) zei < Welnee, jullie hebben voor
jullie zelf iets moois verzonnen. (Mijn) geduld is goed. Hopelijk brengt Allah
hen allen terug bij mij. Voorwaar, Hij is de Alwetende, de Alwijze. > En
hij (Yaqoeb) wendde zich af van hen en zei < Ik heb medelijden met Yoesoef,
> en zijn ogen werden wit van verdriet en hij beheerste zijn woede. Zij
zeiden < Bij Allah, jij zal aan Yoesoef blijven denken totdat je er ziek
van word of jij behoord tot hen die te gronde gaan. > Hij zei < Voorwaar,
alleen bij Allah klaag ik over mijn ellende en verdriet, en ik weet van Allah
wat jullie niet weten. > O mijn zonen, gaat heen om nieuws in te winnen
over Yoesoef en zijn broeder en wanhoopt niet aan de Genade van Allah, behalve
het ongelovige volk. > Toen zij bij hem (Yoesoef) binnenkwamen, zeiden
zij < O al`Aziz, wij en onze familie zijn getroffen door ellende, en wij
komen goederen brengen die niet waardevol zijn, maar geef ons toch de volle
maat en schenk ons (een gift). Voorwaar, Allah beloont de schenkers. >
Hij zei < Beseften jullie wat jullie met Yoesoef en zijn broeder gedaan
hebben, toen jullie onwetend waren? > Zij zeiden < Ben jij echt Yoesoef?
> Hij antwoordde < Ik ben Yoesoef en dit is mijn broeder. Allah heeft
ons genade geschonken. Voorwaar, wie (Allah_ vreest en geduldig is: voorwaar,
Allah doet de beloning van de weldoeners niet verloren gaan. > zij zeiden
< Bij Allah, voorzeker, Allah heeft jou boven ons verheven voorwaar, wij
waren zeker zondaren. > Hij zei < Er is voor jullie geen verwijt op
deze dag. Hopelijk vergeeft Allah jullie, en Hij is de Meest Barmhartige der
Erbarmers. Neemt dit hemd van mij met jullie mee, legt het vervolgens op het
gezicht van mijn vader, dan zal hij weer kunnen zien. En brengt al jullie
familieleden bij mij. > En toen de karavaan het land uittrok, zei hun vader
< Voorwaar, ik ruik de geur van Yoesoef, als jullie mij niet als zwakzinnig
zouden beschouwen (zou ik jullie vertellen dat Yoesoef nog leeft.) Zij zeiden
< Bij Allah, voorwaar, jij verkeert nog in je oude waanvoorstelling! >
En toen de verkondiger van de verheugende tijding kwam, legde hij het (hemd)
op zijn gezicht, hij (Yaqoeb) kreeg vervolgens zijn gezichtsvermogen terug.
Hij zei < voorwaar, heb ik jullie niet gezegd dat ik van Allah weet wat
jullie niet weten? > ij zeiden < O onze vader, vraag voor ons vergeving
voor onze zonden. Voorwaar, wij waren zondaren. > Hij (Yaqoeb) zei <
Ik zal mijn Heer vergeving voor jullie vragen. Voorwaar, Hij is de Vergevensgezinde,
de Meest Barmhartige. > Toen zij binnenkwamen bij Yoesoef, omhelsde hij
zijn ouders, en hij zei < Gaat Egypte binnen. Als Allah het wil, zullen
jullie veilig zijn > En hij bracht zijn ouders naar de slaapplaats. En
zij wierpen zich ter aarde voor hem (Yoesoef) en hij zei < O mijn vader,
dit is de uitleg van mijn vroegere droom; waarlijk, mijn Heer heeft het werkelijk
laten worden. En waarlijk, mijn Heer heeft goed voor mij gezorgd toen hij
mij vrijgelaten heeft uit de gevangenis en toen hij jullie uit de woestijn
bracht, nadat de Satan de relatie tussen mij en mijn broeders verbroken had.
Voorwaar mijn Heer is zachtmoedig voor wie Hij wil. Voorwaar, Hij is de Alwetende,
de Alwijze. O mijn Heer, voorzeker, U heeft mij een gedeelte van het koninkrijk
gegeven en U heeft mij de uitleg van de dromen onderwezen. Schepper van de
hemelen en de aarde, U bent mijn Beschermer, op de wereld en in het Hiernamaals,
doe mij sterven al iemand die zich (aan Allah) overgegeven heeft en verenig
mij met de oprechten. > Q. 12:4-101