

Allah
de verhevene
Engelen
Imran
Meryem (Maria)
Iblis (Satan)
Christenen
Joden
Quran
Profeten
Adam a.s. (Adam)
Idris a.s.
Noeh a.s. (Noah)
Hoed a.s.
Salih a.s.
Ibrahim a.s.(Abraham)
Loeth a.s. (Lot)
Ismail a.s. (Ismael)
Ishaq a.s. (Isaak)
Ya`qoeb a.s. (Jakob)
Yoesoef a.s. (Jozef)
Ayyoeb a.s. (Job)
Suayb a.s.
Musa a.s. (Mozes)
Oezeyr a.s.
Zoelqarnain a.s.
Haroen a.s. (Aron)
Dawud a.s. (David)
Soelaiman a.s. (Salomon)
Ilyas a.s.
Elyesa a.s.
Zoelkifl a.s.
Yoenoes a.s. (Jonah)
Loqman a.s.
Zakariyya a.s. (Zacharias)
Yahya a.s. (Johannes)
`Isa a.s. (Jezus)
Muhammed s.a.w.s.
Sueyb
a.s.
Het verhaal van Sueyb a.s., het volk van de faudeurs
en de bedriegers
< En tot (de bewoners van) Medyan (zonden Wij) hun broeder Suayb. Hij zei
<O mij volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen god dan Hij. Waarlijk,
er is een duidelijk bewijs van jullie Heer tot jullie gekomen. Geeft dan de
volle maat en het volle gewicht en benadeelt de mensen niet in hun zaken en
zaait geen verderf op aarde na de verbetering op haar (door de komst van een
Profeet). Dat is beter voor jullie, als jullie gelovigen zijn. En zit niet
op iedere weg, terwijl jullie degenen bedreigen en afhouden van het Pad van
Allah die in Hem geloven, wensend dat het krom was. En gedenkt toen jullie
met weinigen waren en Hij jullie talrijk deed worden. En zie hoe het einde
was van de verderfzaaiers. En als er een groep onder jullie is die gelooft
in hetgeen waarmee ik (Suayb) ben gekomen, en er een andere groep is die niet
gelooft: weest dan geduldig tot Allah tussen ons oordeelt, en Hij is de Beste
der Rechters.> De vooraanstaanden, van degenen die hoogmoedig waren van
zij volk, zeiden <Wij zullen jou, O Suayb, en degenen die met jou geloven
zeker uit onze stad verdrijven, of jullie moeten terugkeren tot onze godsdienst.>
Hij zei <En als wij er een afkeer van zouden hebben? Waarlijk, wij zouden
een leugen over Allah verzinnen als wij zouden terugkeren tot jullie godsdienst,
nadat Allah ons daaruit heeft gered. Het past ons niet dat wij erin terugkeren,
behalve wanneer Allah, onze Heer, het wil. Onze Heer omvat alle dingen met
Zijn kennis. Op Allah vertrouwen wij. Onze Heer, doe een uitspraak tussen
ons en ons volk, naar de Waarheid en U ent de Beste van de Oordelaars.>
En de vooraanstaanden van zijn volk, die ongelovig waren, zeiden <Als jullie
Suayb gevolgd hebben <voorwaar, dan zullen jullie zeker de verliezers zijn.>
Toen greep de aardbeving hen en zij werden doden in hun huizen. Degenen die
Suayb loochenden werden alsof zij nooit in haar (de stad) hadden gewoon. Degenen
die Suayb loochenden, zij zijn de verliezers. Hij (Suayb) wende zich toen
van hen af, en hij zei <O mijn volk, voorzeker, ik heb Boodschappen van
mijn Heer verkondigd, en jullie raad gegeven. Hoe kan ik dan bedroefd zijn
over een volk dat ongelovig is? > Q. 7:85-93
< En voorwaar,
de bewoners van Aikah* waren zeker onrechtplegers. Toen hebben Wij hen vernietigd.
En voorwaar, de beide steden liggen aan een duidelijke weg. > Q. 15:78-79
*Aikah is de stad waarin het volk woonde waaraan de Profeet Suayb gezonden
was.
< En tot (de
bewoners van) van Medyan (zonden Wij) hun broeder (Suayb). Hij zei <O mijn
volk, aanbidt Allah, er is voor jullie geen andere god dan Hij, en vermindert
niet de maat van de wegschaal. Voorwaar, ik zie dat jullie in goeden doen
zijn en voorwaar, ik vrees voor jullie de bestraffing op een allesomvattende
Dag.> En <O mijn volk, geeft de volle maat en vult de weegschaal tot
het gelijke gewicht, en benadeelt de mensen niet in hun rechten, en bedrijft
geen kwaad op aarde door verderf te zaaien. Wat Allah (aan toegestane zaken)
doet overblijven is beter voor jullie, als jullie gelovig zijn. En ik ben
geen waker over jullie.> Zij zeiden <O Suayb, gebiedt jou salaat dat
wij verlaten wat onze voorvaderen aanbande, of dat wij ophouden met onze bezittingen
te doen wat wij willen? Voorwaar, je bent zeker zachtmoedig, verstandig.>
Hij zei <O mijn volk, wat denken jullie, als ik op een duidelijk bewijs
van mijn Heer steun, en Hij voorziet mij van zijn Zijde met een goede voorziening,
(zou ik Hem ongehoorzaam zijn)> En ik wil mij niet tegenover jullie schuldig
maken aan wat ik jullie verbied. Ik wens slecht verbetering volgens mijn vermogen,
en er is voor mij geen goddelijke overeenstemming dan bij Allah. Op Hem heb
ik mijn vertrouwen gesteld en tot Hem keer ik terug.> En <O mijn volk,
laat mijn onenigheid (met jullie) er niet toe leiden dat jullie hetzelfde
treft als het volk van Noeh trof, of het volk van Hoed, of het volk van Salih.
En het volk van Loeth is niet ver van jullie. En vraagt jullie Heer om vergeving
en wendt jullie vervolgens in berouw tot Hem. Voorwaar, mijn Heer is Meest
Barmhartig, Meest Liefdevol.> Zij zeiden <O Suayb, Wij begrijpen niet
veel van wat jij zegt, en voorwaar, wij zien zeker dat jij onder ons een zwakke
bent. En ware het niet vanwege jouw familie, dan hadden wij jou zeker gestenigd.
Jij bent niet eerwaardiger dan wij.> Hij zei <O mijn volk, is mijn familie
eerwaardiger bij jullie dan Allah? En keren jullie Hem de rug toe? Voorwaar,
mijn Heer omvat alles wat jullie doen.> En <O, mijn volk, werkt volgens
jullie vermogen, (ook) ik werk, later zullen jullie weten tot wie een bestraffing
komt die hem vernedert, en wie een leugenaar is. En wacht af, voorwaar, ik
ben met jullie een wachtende.> En toen Ons bevel was gekomen, redden Wij
Suayb en degenen die met hem geloofden, door Genade van Ons. En de donderslag
greep degenen die onrecht pleegden, waarna zij doden in hun huizen werden.
Alsof zij er nooit gewoond hadden. Weet, verdoemenis is het voor de bewoners
van Medyan, zoals de Tsamoed werden verdoemd.
Q. 11:84-95