

Allah
de verhevene
Engelen
Imran
Meryem (Maria)
Iblis (Satan)
Christenen
Joden
Quran
Profeten
Adam a.s. (Adam)
Idris a.s.
Noeh a.s. (Noah)
Hoed a.s.
Salih a.s.
Ibrahim a.s.(Abraham)
Loeth a.s. (Lot)
Ismail a.s. (Ismael)
Ishaq a.s. (Isaak)
Ya`qoeb a.s. (Jakob)
Yoesoef a.s. (Jozef)
Ayyoeb a.s. (Job)
Suayb a.s.
Musa a.s. (Mozes)
Oezeyr a.s.
Zoelqarnain a.s.
Haroen a.s. (Aron)
Dawud a.s. (David)
Soelaiman a.s. (Salomon)
Ilyas a.s.
Elyesa a.s.
Zoelkifl a.s.
Yoenoes a.s. (Jonah)
Loqman a.s.
Zakariyya a.s. (Zacharias)
Yahya a.s. (Johannes)
`Isa a.s. (Jezus)
Muhammed s.a.w.s.
Ibrahim
a.s.
< Voorwaar, Allah verkoos Adam en Noeh en de familie van Ibrahim en de
familie van `Imran boven de (andere) wereldbewoners. Zij zijn afstammelingen
van elkaar, en Allah is Alhorend, Alwetend. > Q3:33-34
< Zeg < Wij geloven in Allah en in wat er tot ons neergezonden is en
in wat er neergezonden is aan Ibrahim en Ismail, Ishaq, Yaqoeb en de kinderen
van Yaqoeb (al Asbath) en in wat er aan Musa, `Isa en de Profeten van hun
Heer werd gegeven. Wij maken geen onderscheid tussen wie van hen dan ook en
wij hebben ons aan Hem overgegeven. > Q. 3:84
De gunsten van Allah aan Ibrahim
< Of zijn zij jaloers op de mensen vanwege wat Allah hen Zijn gunst geeft
gegeven? Waarlijk, Wij gaven de familie van Ibrahim de Schrift en de Wijsheid
en Wij geven hem een geweldige koninkrijk. > Q. 4:54
< En (gedenkt) toen Ibrahim door zijn Heer beproefd werd met enkele woorden
(geboden en verboden) die hij daarop in acht nam. Hij (Allah) zei < Voorwaar,
Ik zal jou voor de mensheid tot een leider maken. Hij (Ibrahim) zei < En
ook van mijn nageslacht? > Hij Allah antwoordde < Mijn verbond omvat
de onrechtplegers niet. > Q 2:124
< En (gedenkt)
toen Wij het Huis (de Ka`bah) tot een plaats van verzameling voor de mensheid
maakten en een plaats van veiligheid. En neemt de standplaats van Ibrahim
tot een plaats voor de salaat. En wij legden de plicht op aan Ibrahim en Ismail
< Reinigt Mijn Huis voor degenen die de ommegang (thawaf) maken en voor
hen die er de I`tikaf* verrichten en voor hen die zich buigen en die knielen
(in de salaat). En (gedenkt) toen Ibrahim smeekte < Mijn Heer, maak dit
gebied tot een veilige plaats en voorzie haar bewoners met vruchten, degenen
van hen die geloven in Allah en in het Hiernamaals. > Hij (Allah) zei <
En (ook) degene die ongelovig is, zal ik genietingen schenken, voor een korte
tijd, daarna zal Ik hen naar de bestraffing van de Hel drijven En dat is de
slechtste plaats van terugkeer. En (gedenkt) toen Ibrahim de grondvesten van
onze het Huis legde, en Ismail (samen smekend) < Onze Heer, aanvaard het
van ons: voorwaar, U bent de Alhorende, de Alwetend. Onze Heer, maar ons beiden
tot mensen die zich overgeven aan U en (maak) onze nakomelingen tot een volk
dat zich overgeeft aan U en onderwijs hun het gebruiken (van o.a. de Hadj)
en aanvaard ons berouw. Voorwaar, U bent de Meest Berouwaanvaardende, de Meest
Barmhartige. Onze Heer! En zend tot hen een Boodschapper van hun (eigen volk),
die hun Uw Verzen voordraagt en die hen het Boek (de Koran) en de Wijsheid
onderwijst en die hen reinigt. Voorwaar, U bent de Almachtige, de Alwijze.
> En wie keert zich af van de godsdienst van Ibrahim, anders dan wie zichzelf
voor de gek houdt? En voorzeker hebben Wij hem uitverkoren in de wereld, en
voorwaar, hij behoort in het Hiernamaals tot de oprechten. En (gedenkt) toen
zijn Heer tot hem zei < onderwerp jezelf (aan Mij). > Hij zei < Ik
onderwerp mij aan de Heer der Werelden. > En Ibrahim droeg aan zijn kinderen
en aan Yaqoeb op < O mijn kinderen, voorwaar, Allah geeft de godsdienst
voor jullie gekozen, sterft daarom niet, behalve als jullie overgegevenen
zijn. > Q. 2:125-133
*`I`tikaf betekent letterlijk 'verblijven'. Bedoeld wordt: het vrijwillige
verblijven in een moskee voor een bepaalde tijd met als doel, het zoeken van
toenadering tot Allah, bijvoorbeeld door het gedenken van Hem, het reciteren
van de Koran en het overpeinzen van zijn inhoud.
Degene
die met Ibrahim redetwistte over Allah
< Weet jij niet van degene die met Ibrahim over zijn Heer redetwistte,
omdat Allah hem het koninkrijk had gegeven? Toen Ibrahim zei < Mijn Heer
is Degene Die doet leven en doet sterven. > Hij zei < Ik doe leven en
sterven. > Ibrahim zei < Maar voorwaar, het is Allah Die de zon in het
Oosten doet opkomen, doe jij haar dan in het Westen opkomen. > Toen zweeg
degene die ongelovig was van verbazing. En Allah leidt het onrechtvaardige
volk niet. > Q.2:258
Het
verhaal van Ibrahim a.s., de vogels
< En toen Ibrahim zei < Mijn Heer, toon mij hoe U de doden doet leven.
> Hij (Allah) zei < Geloof jij dan niet? > Hij zei < Jawel, maar
opdat mijn hart tot rust komt. > Hij (Allah) zei < Neem dan vier (verschillende
soorten) vogels en snijd ze voor je in stukken, leg dan van hen op iedere
berg stukken; roep hen dan, zij zullen dan haastig tot je komen, en weet dat
Allah Almachtig, Alwijs is. > * Q.2:260
*Ibrahim twijfelde niet aan de almacht van zijn Heer, dit zou hem als Profeet
niet passen, maar hij was wel nieuwsgierig. Hij wilde graag zien hoe Allah
iets levenloos, dat schijnbaar niet meer tot leven te wekken was, toch weer,
dankzij Allah, overnieuw zou gaan leven. Om iets te scheppen, is het voor
Allah voldoende om te zeggen < Koen, Fayakoen > ('Wees', en het is)
zie Surah Ya Sin, Vers 82
Het
verhaal van Ibrahim a.s., opzoek naar de Éne God
< En (gedenkt) toen Ibrahim tot zijn vader Azar zei < Neem jij afgodsbeelden
tot goden? > Voorwaar, ik zei dat jij en jouw volk duidelijk in dwaling
verkeren. > En zo lieten Wij Ibrahim het koninkrijk der hemelen en der
aarde zien opdat hij tot de overtuigende zou behoren. En toen de nacht hem
omhulde zag hij een ster, hij zei < Dit is mijn Heer. > Maar toen hij
onderging zei hij < Ik hou niet van degenen die ondergaan. > En toen
hij de maan zag opkomen, zei hij < Dit is mijn Heer. > Maar toen hij
onderging zei hij < Tenzij mijn Heer mij leidt, zal ik zeker tot het dwalende
volk behoren. > En toen hij de zon zag opgaan zei hij < Dit is mijn
Heer, deze is groter. > Maar toen zij onderging, zei hij < O mijn volk:
voorwaar, ik ben onschuldig aan wat jullie deelgenoten (aan Allah) toekennen.
> < Voorwaar, ik heb mijn aangezicht gewend naar Hem die de hemelen
en de aarde schiep, als Hanif, en ik behoor niet tot de veelgodenaanbidders.
> En zijn volk redetwisten met hem, hij zei < Redetwisten jullie mij
over Allah, terwijl Hij mij geleid geeft? Ik vrees niet wat jullie Hem aan
deelgenoten toekennen, behalve als mijn Heer iets wil. Mijn Heer omvat alles
met Zijn kennis, trekken jullie (hier) dan geen lering uit? En hoe zou ik
wat jullie aan deelgenoten toekennen (kunnen) vrezen, terwijl jullie niet
vrezen Allah deelgenoten toe te kennen, waartoe Hij jullie geen bewijs gezonden
heeft? Welke van de twee groepen heeft meer recht op veiligheid? Indien jullie
dat wisten > Degenen die geloven en niet hun geloof met onrecht (afgoderij)
mengen: zij zijn degenen die veiligheid toekomt en zij zijn de rechtsgeleide.
En dat was Ons argument dat Wij Ibrahim tegen zijn volk gaven. Wij verheffen
met graden wie Wij willen: voorwaar, jou Heer is Alwijs, Alwetend. Wij schonken
hem (Ibrahim) Ishaq en Ya`qoeb, allen leidden Wij.. > Q.6:74-84
Het
verhaal van Ibrahim a.s., je zal kinderen krijgen
< En voorzeker, Onze
gezanten (Engelen) kwamen tot Ibrahim met de verheugende tijding, zij zeiden
< Selaam > (Vrede). Hij Zei < Selaam > Niet lang daarna bracht
hij een geroosterd kalf. Toen hij dan zag dat hun handen er niet naar reikten,
vonden hij hen vreemd en werd hij bang van hen. Zij zeiden < Vreest niet,
Wij zijn gezonden tot het volk van Loeth. > En zijn vrouw stond en zij
lachte, daarna verkondigden wij haar een verheugende tijding over (de geboorte
van ) Ishaq, en na Ishaq Yaqoeb. Zij zei < Wee mij zal ik een kind baren,
terwijl ik een oude vrouw ben, en deze echtgenoot van mij is een oude man.
Voorwaar, dat is zeker iets verbazingswekkends. > Zij (de Engelen) zeiden
< Verbaas jij je over de beschikking van Allah? (Het is ) Allah`s Barmhartigheid
en het in Zijn zegeningen over jullie, O bewoners van het huis. Voorwaar,
Hij is Meest Prijzenswaardig, Meest Vrijgevig. En toen de angst bij Ibrahim
was verdwenen, en de hoede tijding tot hem was gekomen, redetwistte hij met
Ons over het volk van Loeth. Voorwaar, Ibrahim, wend je hier van af! voorwaar
de beschikking van jouw Heer is reeds gekomen. Voorwaar, een onafwendbare
bestraffing zal tot hen komen. > Q. 11:69-76
Een
vermaning voor degene die geloven in Ibrahim a.s. als profeet
< O Lieden van het Boek, waarom redetwisten jullie over Ibrahim? De Taurat
en de Indjil zijn toch pas na hem geopenbaard, begrijpen jullie dan niet?
Zo, jullie zijn degenen die geredetwist hebben over iets waarover jullie kennis
hadden, maar waarom redetwisten jullie over iets waarover jullie geen kennis
hebben? En Allah weet, en jullie weten niet. Ibrahim was geen Jood, en geen
Christen, maar hij was een Hanif, die zich (aan Allah) overgegeven had, en
hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders. Voorwaar, de mensen die Ibrahim
het meest nabij komen, zijn degenen die hem en deze profeet (Muhammed) volgen
en degenen die geloven. En Allah is de Beschermer van de gelovigen. > Q3:65-68
< Zeg (O Muhammed)
< Voorwaar, Mijn Heer heeft mij op een recht Pad geleid, de ware godsdienst,
de godsdienst van Ibrahim, de Hanif, en hij behoorde niet tot de veelgodenaanbidders.
> Q.6:161
Ibrahim`s vader was een vijand van Allah
< En Ibrahim`s
verzoek om vergeving voor zijn vader was slechts vanwege een belofte die hij
aan hem had gedaan. Toen het hem dan duidelijk was geworden dat hij een vijand
van Allah was, verbrak hij (de band) met hem. Voorwaar, Ibrahim was zeker
nederig, zachtaardig. > Q. 9:114
De
smeekbede (dua) van Ibrahim a.s.
< En toen Ibrahim zei
< Mijn Heer, maak deze stad veilig en houd mij en mijn zonen ervan af dat
wij afgoden zouden aanbidden. Mijn Heer, voorwaar, zij hebben vele mensen
doen dwalen. Wie mij dan volgt: voorwaar, die behoort bij mij. En wij mij
niet gehoorzaamt voorwaar u bent Vergevensgezind, Meest Barmhartig. Onze Heer
Voorwaar, ik heb mijn kinderen laten wonen in een onbegroeide vallei bij het
gewijde huis (de ka`bah). Onze Heer! (Ik liet hen achter) zodat zij de salaat
zullen onderhouden, laat daarom de harten van de mensen tot hen heugen, en
voorzie hen van vruchten. Hopelijk zullen zij dankbaar zijn. Onze Heer Voorwaar,
U weet wat wij verbergen en wat wij openlijk doen en er is voor Allah niets
verborgen op de aarde en niet in de hemel. Alle lof zij Allah, die mij Ismail
en Ishaq geschonken heeft, ondanks mijn ouderdom. Voorwaar, mijn Heer verhoort
zeker de smeekbeden. Mijn Heer, vergeef mij en mijn ouders en de gelovigen
op de Dag waarop de afrekening plaats vindt. > Q. 14:35-41