

Allah
de verhevene
Engelen
Imran
Meryem (Maria)
Iblis (Satan)
Christenen
Joden
Quran
Profeten
Adam a.s. (Adam)
Idris a.s.
Noeh a.s. (Noah)
Hoed a.s.
Salih a.s.
Ibrahim a.s.(Abraham)
Loeth a.s. (Lot)
Ismail a.s. (Ismael)
Ishaq a.s. (Isaak)
Ya`qoeb a.s. (Jakob)
Yoesoef a.s. (Jozef)
Ayyoeb a.s. (Job)
Suayb a.s.
Musa a.s. (Mozes)
Oezeyr a.s.
Zoelqarnain a.s.
Haroen a.s. (Aron)
Dawud a.s. (David)
Soelaiman a.s. (Salomon)
Ilyas a.s.
Elyesa a.s.
Zoelkifl a.s.
Yoenoes a.s. (Jonah)
Loqman a.s.
Zakariyya a.s. (Zacharias)
Yahya a.s. (Johannes)
`Isa a.s. (Jezus)
Muhammed s.a.w.s.
Hoed
a.s.
<
En tot de `Ad (zonden Wij) hun broeder Hoed. Hij zei < O mijn volk, aanbid
Allah, er is voor jullie geen god dan Hij, zullen jullie dan niet (Allah)
vrezen? > En de vooraanstaanden onder zijn volk, die ongelovig waren, zeiden
< Voorwaar, wij zien dat jij in dwaasheid verkeert; en voorwaar, wij menen
zeker dat jij tot de leugenaars behoort. > Hij Hoed zei < O mijn volk,
er is bij mij geen dwaasheid, maar ik ben een Boodschapper van de Heer der
Werelden. Ik verkondig jullie Boodschappen van mij Heer en ik ben voor jullie
een betrouwbare raadgever. > En verbaasde het jullie, dat er tot jullie
een vermaning van jullie Heer is gekomen, door een man uit jullie midden om
jullie te vermanen? En gedenkt toen Hij jullie tot opvolgers had aangesteld
na (de ondergang van) het volk van Noeh. En jullie gestalten maakten Wij groter
(dan die van hen). Gedenkt daarom de gunsten van Allah Hopelijk zullen jullie
welslagen. > Zij zeiden < Ben jij tot ons gekomen opdat Wij Allah als
Enige aanbidden en verlaten wat onze vaderen plachten te aanbidden?, als jij
tot de waarachtigen behoort. > Hij zei < Waarlijk, een bestraffing en
toorn van jullie Heer is er over jullie neergekomen. Willen jullie met mij
redetwisten over de namen die jullie en jullie vaderen gaven (aan jullie afgoden),
waarvoor Allah geen bewijs heeft neergezonden? Wachten jullie maar: voorwaar,
ik behoor met jullie tot de wachtenden. > Toen redden Wij hem (Hoed) en
degenen met hem door Genade van Ons en Wij roeiden degenen die Onze Tekenen
loochenden geheel uit. En zij plachten geen gelovige te zijn. > Q.7:72