

Allah
de verhevene
Engelen
Imran
Meryem (Maria)
Iblis (Satan)
Christenen
Joden
Quran
Profeten
Adam a.s. (Adam)
Idris a.s.
Noeh a.s. (Noah)
Hoed a.s.
Salih a.s.
Ibrahim a.s.(Abraham)
Loeth a.s. (Lot)
Ismail a.s. (Ismael)
Ishaq a.s. (Isaak)
Ya`qoeb a.s. (Jakob)
Yoesoef a.s. (Jozef)
Ayyoeb a.s. (Job)
Suayb a.s.
Musa a.s. (Mozes)
Oezeyr a.s.
Zoelqarnain a.s.
Haroen a.s. (Aron)
Dawud a.s. (David)
Soelaiman a.s. (Salomon)
Ilyas a.s.
Elyesa a.s.
Zoelkifl a.s.
Yoenoes a.s. (Jonah)
Loqman a.s.
Zakariyya a.s. (Zacharias)
Yahya a.s. (Johannes)
`Isa a.s. (Jezus)
Muhammed s.a.w.s.
Adam
a.s.
< Voorwaar, Allah verkoos Adam en Noeh en de familie
van Ibrahim en de familie van `Imran boven de (andere) wereldbewoners. Zij
zijn afstammelingen van elkaar, en Allah is Alhorend, Alwetend > Q 3:33-34
Schepping van de eerste mens en de Djin
<
En voorzeker, Wij hebben de mens (Adam) geschapen uit klei, van zwart slijk
gevormd. En Wij hebben daarvoor de Djinn`s geschapen uit een gloeiend vuur.
> (Gedenkt) toen jouw Heer tot de Engelen zei < Voorwaar, Ik zal een
mens scheppen van klei, uit zwart sluik gevormd. > Q. 15:26-28
De eerste mens die Satan bedroog
< En Wij hadden vroeger met Adam een verbond gesloten, maar hij vergat
het. Wij vonden bij hem geen vastberadenheid. En toen Wij tegen de Engelen
Zeiden < Werp jullie neer voor Adam, > wierpen zij zich neer, behalve
Iblis, hij weigerde. Daarop Zeiden Wij < O Adam, voorwaar, dit is zeker
een vijand van jou en jouw vrouw. Laat hem daarom jullie niet uit het Paradijs
verdrijven, want dan zal jij zeker ongelukkig worden. Voorwaar, daarin is
voor jou geen honger en jij bent er niet naakt. Jij hebt er zeker geen dorst
en jij wordt er niet blootgesteld aan hitte. > Maar de Satan fluisterde
hem in, en zei < O Adam, zal ik jou de eeuwige boom wijzen en een koninkrijk
dat niet vergaat? > Vervolgens aten zij ervan, zodat hun schaamte zichtbaar
werd en zij begonnen zich te bedekken met bladeren van het Paradijs; en zo
was Adam zijn Heer ongehoorzaam en dwaalde hij. Hij (Allah) zei < Daalt
hieruit af, tezamen, onder jullie zal de één de vijand zijn
van de ander. Maar als van Mij leiding tot jullie komt: wie Mijn Leiding volgt
dwaalt niet en is niet ongelukkig. > Q. 20: 115-123
De
zonden van Adam a.s., Kaïn en Abel
< Vertel hen de waarheid over het verhaal over de twee zonen van Adam:
toen zij een offer brachten, werd één van hen (Abel) aanvaard
en van de ander (Kaïn) werd het niet aanvaard. Hij (Kaïn) zei <
Ik zal jou doden > Hij (Abel) zei < Voorwaar, Allah aanvaardt alleen
(het offer) van de Moesttaqoen. Wanneer jij je hand naar mij uitstrekt om
mij te doden: het is niet aan mij om mijn hand naar jou uit te strekken om
jou te doden, waarlijk, ik vrees Allah, Heer de Werelden. Voorwaar, ik wil
dat je mijn zonde en jouw zonde op je neemt en dat je dan tot de bewoners
van de Hel wordt. En dat is de vergelding voor de onrechtvaardigen. > Toen
zette hij zich ertoe aan om zijn broeder te doden en hij doodde hem, en zo
werd hij een van de verliezers. Toen stuurde Allah een raaf, die over de grond
kraste om hem te laten zien hoe hij het lichaam van zijn broeden kon bedekken.
hij zei < Wee mij! waarom ben ik zo zwak dat ik niet net zoals de raaf
het lichaam van mijn broeder kan bedekken? > En zo werd hij een van hen
die wroeging hebben. > Q5:27-31
Het verhaal van Adam a.s.
< En voorzeker, Wij hebben jullie geschapen, vervolgens hebben wij jullie
vormgegeven en daarna zeiden wij tot de Engelen < knielt jullie naar voor
Adam > toen knielden zij, behalve Iblis, hij behoorde niet tot de knielende.
Hij Allah vroeg < Wat belemmerde jou je neer te knielen, toen Ik het jou
beval? > hij zei < Ik ben beter dan hem (Adam); u hebt mij uit vuur
geschapen terwijl u hem uit aarde hebt geschapen. > Hij (Allah) zei <
Daal af uit het (Paradijs), want het past jou niet dat jij je er hoogmoedig
in gedraagt, vertrek daarom. voorwaar, jij behoort tot de vernederden. >
Hij zei < geef mij uitstel tot de Dag waarop zij opgewekt zullen worden.
> Hij (Allah) zei < Voorwaar, jij behoort tot hen aan wie uitstel is
gegeven. > Hij (Iblis) zei < Omdat U mij hebt doen dwalen, zal ik hen
belemmeren op Uw recht Pad. Daarna zal ik zeker tot hen komen, van voor hen
en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde, en U zult
de meesten van hen niet als dankbaren aantreffen. > Hij (Allah) zei <
Ga er uit weg, veracht en verstoten. Wie van hen jou dan volgt: voorwaar,
Ik zal de hel vullen met jullie allen. En O Adam, verblijft in het Paradijs,
jij en je vrouw, en eet wat jullie willen, en nadert deze boom niet, want
dan zullen jullie tot de onrechtplegers behoren. > Toen fluisterde de Satan
hen in om te onthullen wat er van hun schaamte bedekt was, en hij zei <
Jullie Heer houdt jullie slechts van deze boom af omdat jullie anders Engelen
worden, of dat jullie tot de eeuwiglevenden zullen behoren. > En hij bezwoer
hun < Voorwaar, ik behoor voor jullie zeker tot raadgevers. > Waarlijk,
hij bedroog hen door misleiding. Toen zij dan van (de vruchten van) de boom
hadden geproefd, werd hun schaamte zichtbaar en zij begonnen zich te bedekken
met aanééngeregen bladeren van het paradijs. En hun Heer roep
tot hen < Heb ik jullie deze boom van jullie niet verboden en heb Ik niet
tot jullie gezegd < Voorwaar, de Satan is voor jullie een duidelijke vijand?
> Zij zeiden < Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en wanneer
U ons niet vergeeft en ons geen genade schenkt, dan zullen wij zeker tot de
verliezers behoren. > Hij Allah zei < Daalt af, jullie zijn elkaars
vijanden, en voor jullie is er op de aarde een verblijfplaats en een genieting
tot een bepaalde tijd. > Hij zei < Daarop zullen jullie leven en daarop
zullen jullie sterven en daaruit zullen jullie tevoorschijn worden gebracht.
> O Kinderen van Adam, voorzeker. Wij hebben voor jullie kleding neergezonden
om jullie schaamte te bedekken en versierselen. En het kleed van het vrezen
(van Allah), dat is de het beste. Dat zijn een aantal van Allah`s Tekenen.
Hopelijk laten zij zich vermanen. O Kinderen van Adam laat de Satan jullie
niet in verzoeking brengen, zoals hij jullie voorouders uit de tuin heeft
verdreven < hij nam hun kleding van hen weg om hen hun schaamte te tonen.
Hij en zijn aanhangers zien jullie van waar jullie hen niet zien. Voorwaar,
wij hebben de Satans tot leiders gemaakt voor degenen die niet geloven. Q.
7:11-27